Sector

  • Vwo bovenbouw

Vakgebied

  • Wiskunde C

Leerplankundig thema

  • Schoolexamen
  • Handreiking

Aanleiding tot het schrijven van de (vernieuwde) handreiking

10-5-2015

In het kader van de vernieuwing van het onderwijs in de vijf bètavakken (natuur, leven en technologie, natuurkunde, scheikunde, biologie en wiskunde) heeft het ministerie van OCW in november 2006 aan de commissie Toekomst Wiskunde Onderwijs cTWO de opdracht gegeven tot het ontwerpen en beproeven van vernieuwde wiskundeprogramma's voor havo en vwo. Zie het eindrapport Denken & Doen van cTWO.

In dit eindrapport wordt het programma wiskunde C vwo als volgt gekarakteriseerd:

  • De doelgroep van wiskunde C wordt gevormd door leerlingen die het profiel C&M volgen.
  • Wiskunde C bereidt met name voor op universitaire studies in de sector Gedrag en Maatschappij, de sector Recht en de sector Taal en Cultuur. Het programma richt zich op algemene wiskundige en statistische vorming, in samenhang met de historische en culturele plaats van wiskunde in wetenschap en maatschappij.
  • Daarnaast heeft dit vak een algemeen vormende waarde doordat het leerlingen voorbereidt op de (informatie)maatschappij en hen leert in verschillende situaties wiskundige aspecten te herkennen, te interpreteren en te gebruiken.
  • Binnen wiskunde C nemen contexten die passen in het profiel C&M een belangrijke plaats in. De nadruk ligt minder op het reproduceren van technieken en meer op de functie, de cultuurhistorische rol en de waarde van wiskunde in onze maatschappij.
  • Met name in de domeinen F en G kunnen leerlingen de relevantie van wiskunde ervaren binnen specifieke maatschappelijke, culturele en historische onderdelen van het profiel C&M. In domein F, Logisch redeneren, worden logisch-wiskundige aspecten gekoppeld aan correctheid van redeneringen. In domein G, Vorm en ruimte, vinden meetkundige principes hun plaats in toepassingen in de maatschappij en de beeldende kunst.
  • Rekenvaardigheid is een belangrijk aandachtspunt binnen wiskunde C. Deze vaardigheid heeft een plaats gekregen in subdomein B1. De eisen die op dit gebied aan de wiskunde C-kandidaat worden gesteld, moeten worden gezien in het licht van de doelen van wiskunde C en de behoeften van de doelgroep.
  • De onderwerpen statistiek en kansrekening (domein E) worden op een meer realistische en probleemgeoriënteerde manier benaderd dan voorheen. Uitgangspunt is de empirische cyclus van data verzamelen, data analyseren en conclusies trekken. ICT wordt gebruikt om grote datasets te analyseren.

In de syllabus bij het examenprogramma wiskunde C wordt dit nader toegelicht:

  • Inhoudelijk ligt de nadruk op statistiek, op toegepaste analyse en op de kunsthistorische en culturele plaats van wiskunde in wetenschap en maatschappij.
  • Leerlingen leren de mogelijkheden en de beperkingen van wiskundige toepassingen op waarde te schatten.
  • Het programma besteedt vooral aandacht aan het toepassen van wiskundige vaardigheden in authentieke situaties met een kunsthistorische of culturele achtergrond – te weten modelleren en algebraïseren, ordenen en structureren, analytisch denken en probleemoplossen, en logisch redeneren – alsmede voor het functioneel gebruiken van ICT daarbij. Hiermee wordt de kern van de vernieuwing weergegeven.

Deze handreiking besteedt niet alleen aandacht aan de (sub)domeinen die tot het schoolexamen behoren, maar ook aan vernieuwingen die ten grondslag liggen aan het nieuwe programma.